Stijlen

Stijlen

1. Wat is een stijl?

Het is belangrijk om een document een duidelijke structuur te geven. Dit kan aan de hand van titels, ondertitels, tekst, opsommingen, enzovoort.  Een overzichtelijk document krijg je wanneer al jouw titels, tekst, opsommingen en dergelijke er gelijkaardig uitzien en bij elkaar passen (= gelijke opmaak). De meest efficiënte (= vlotste) wijze om dit te doen is door gebruik te maken van ‘Stijlen’.

Een stijl is een bepaalde set opmaakkenmerken die op geselecteerde tekst in een document kan worden toegepast en waarmee het uiterlijk van het document snel kan worden gewijzigd.

Je kan ervoor kiezen om standaard stijlen te gebruiken. Deze stijlen worden via MS Word aangeboden. Je kan de standaard stijlen ook wijzigen of zelfs nieuwe stijlen aanmaken.

2. Een standaard stijl gebruiken

MS Word biedt standaard heel wat stijlen aan, elk met een bepaalde opmaak. Indien gewenst kan je een gekozen stijl nog aanpassen. 

Werkwijze

    • Selecteer de tekst die je wenst te ‘koppelen’ aan een bepaalde stijl.
    • Ga in het Lint naar tabblad ‘Start’,  groep ‘Stijlen.
    • Selecteer de gewenste stijl. Je geselecteerde tekst krijgt nu de opmaak van de geselecteerde stijl.

Het dialoogvenster stijlen door rechts onderaan in de groep ‘Stijlen’ te klikken op .

3. Een bestaande stijl wijzigen

Wanneer een stijl niet 100% voldoet aan je wensen, dan kan je deze wijzigen. 

Werkwijze:

    • Klik in het tabblad ‘Start‘, groep ‘Stijlen‘ met je rechtermuisknop op de stijl die je wenst te wijzigen en selecteer ‘Stijl wijzigen‘.

    • Het dialoogvenster ‘Stijl wijzigen‘ opent zich. Op het eerste scherm van dit dialoogvenster kan je alle algemene instellingen (vb. lettertype, tekengrootte, letterkleur, …) wijzigen.
    • Wanneer je onderaan klikt op ‘Opmaak‘, kan je nog heel wat andere onderdelen selecteren.

De belangrijke onderdelen worden hieronder besproken:

      • Alinea: Je komt terecht op het dialoogvenster dat je reeds bij de ‘Basishandelingen’ hebt leren kennen. LET OP: Je hebt twee tabbladen ter beschikking, ‘Inspringing en afstand’ en ‘Tekstdoorloop’. Tekstdoorloop wordt later in dit deel nog uitgevoerd besproken.

      • Rand: Dit venster heeft twee tabbladen, namelijk ‘Randen‘ en ‘Arcering‘. Je kan voor een bepaalde stijl instellen dat deze een bepaald type rand heeft, een bepaalde achtergrondkleur heeft, enzovoort.

Belangrijk!

Als je een nieuw document opent in MS Word en je start met het typen van je tekst, dan zal je merken dat ook aan deze tekst al een stijl is ‘gekoppeld’, namelijk de stijl ‘Standaard’. Dit is dé stijl die je zal gebruiken voor al je gewone tekst. Je kan deze stijl indien gewenst nog wijzigen.

4. Meer over alinea-opmaak

We hebben reeds de basishandelingen gezien voor het opmaken van alinea’s. Daarnaast heb je nog heel wat andere mogelijkheden om jouw document professioneel op te maken. Hieronder vind je meer informatie over hoe je alinea’s kan samenhouden of splitsen, hoe je een pagina-einde kan toevoegen en hoe je zwevende regels kan voorkomen.

Alinea's samenhouden of splitsen

Zwevende regels voorkomen
Een zwevende regel is een regel van een alinea die naar de volgende pagina verspringt omdat er geen plaats meer is op jouw pagina. Dit oogt niet mooi in een document en kan je gemakkelijk voorkomen.
Hiervoor moet je de alinea selecteren waarvan je een zwevende regel hebt, selecteer de uitvouwknop van rubriek ‘Alinea’ binnen het tabblad ‘Start’. Je krijgt een nieuw venster waar je de 2de tabblad selecteert ‘Tekstdoorloop’. Vind de optie ‘Zwevende regels voorkomen’ aan.
Op deze manier zal de 2de regel van dezelfde alinea mee verspringen naar de volgende pagina zodat je niet enkel één regel op de volgende pagina hebt staan.

Regels bijeenhouden
Je kan er ook voor kiezen om een volledige alinea op de volgende pagina te laten verspringen. Hiervoor volg je dezelfde stappen als in 5.1.1. I.p.v. ‘Zwevende regels voorkomen’ te selecteren kies je voor ‘Regels bijeenhouden’.

Bij volgende alinea houden

Met deze optie kies je ervoor om verschillende alinea’s samen te houden. Hiervoor selecteer je de verschillende alinea’s die je wilt samenhouden, je selecteert de uitvouwknop van rubriek ‘Alinea’ en onder tabblad ‘Tekstdoorloop’ van het nieuw venster vink je de optie ‘Bij volgende alinea houden’ aan.

Een pagina-einde toevoegen
Soms wil je dat jouw tekst op de volgende pagina begint. Indien je met stijlen werkt kan je dit eenvoudig binnen jouw stijl als opmaak vastleggen. Werk je op een stuk van jouw document zonder stijlen, of heb je dit éénmalig in jouw document nodig, kan je een pagina-einde manueel toevoegen.
Hiervoor ga met jouw cursor staan op het punt waar je een pagina-einde wilt toevoegen en je klikt op ctrl + enter. Jouw cursor verspringt dan automatisch naar de volgende pagina.

5. Een nieuwe stijl aanmaken

Kan je bij de bestaande stijlen echt niets vinden die overeenkomt met jouw wensen, dan maak je best een nieuwe stijl aan.

Werkwijze

    • Open het dialoogvenster ‘Stijlen‘ door in het tabblad ‘Start‘, groep ‘Stijlen‘ te klikken op .
  •  
    • Klik op de knop ‘Nieuwe stijl‘ (). Het onderstaand venster wordt geopend.

Stel je nieuwe stijl als volgt in:

      • Naam: Kies een logische naam voor je nieuwe stijl.
      • Type stijl: Kies voor ‘Alinea’.
      • Stijl gebaseerd op: Kies voor ‘Standaard’
      • Volgende Alinea: Kies voor ‘Standaard’
      • Op het startscherm kan je alle algemene opmaak (vb. lettertype, …) instellen.
      • Via de knop ‘Opmaak‘ kan je nog verdere aanpassingen maken.
  •  
    • Klik op ‘OK‘ om de stijl aan te maken.

6. Een stijl toevoegen aan een sjabloon

6.1 Wat is een sjabloon?

 

Een Word sjabloon of Word model is een document dat heel wat vooraf ingestelde zaken bevat zoals, inhoud, stijlen en opmaak, marges, … Wanneer jij een nieuw document opstart, dan is dit steeds een document op basis van een bepaald sjabloon.

Indien je heel tevreden bent over de instellingen die jij in een bepaald document hebt doorgevoerd én je ook andere documenten een vergelijkbare opmaak zou willen geven, dan kan je beslissen om een nieuw sjabloon te maken op basis van dit document. Indien je in de verkenner op dit nieuwe sjabloon-document klikt, dan wordt er een nieuw document geopend op basis van dat sjabloon. Al jouw favoriete instellingen zijn dan onmiddellijk beschikbaar!

Werkwijze

    • Wanneer je een document hebt gemaakt dat als sjabloon (= model) kan dienen voor nieuwe documenten, dan klik je op ‘Bestand‘ en ‘Opslaan als‘.
    • Klik op ‘Bladeren‘ om het document op te slaan. Onderstaand venster verschijnt.

    • Geef het nieuwe sjabloon een logische bestandsnaam, selecteer bij ‘Opslaan als‘ de optie ‘Word-sjabloon‘ en plaats het sjabloon op een logische plaats. 
    • Klik op ‘Opslaan‘.

6.2 Stijl toevoegen aan een (standaard)sjabloon

Wens je een nieuwe stijl te maken, dan kan je steeds beslissen om deze toe te voegen aan je standaardsjabloon. Hierdoor zal deze stijl ook beschikbaar blijven voor gebruik als je een nieuw document opstart.

Werkwijze

    • Klik in het dialoogvenster ‘Stijl’ op de optie ‘Nieuwe stijl’ ().
    • Vul alle eigenschappen aan (Naam, Type stijl, …).
    • Wil je deze stijl toe voegen aan het standaardsjabloon, dan zal deze stijl ook beschikbaar worden wanneer je een nieuw document opstart. Je voegt de stijl aan het sjabloon toe door de optie ‘Nieuwe documenten op basis van deze sjabloon‘ te selecteren.

Opdracht

    • Download het bestand ‘Tien mijlpalen in de geschiedenis van e-commerce’.
    • Open het bestand.
    • Sla het bestand op als ‘Tien mijlpalen in de geschiedenis van e-commerce_Voornaam Familienaam‘ in je gedeelde map op Dropbox.
    • Stel de marges in volgens de NBN-normen (2 cm boven/onder/links/rechts => zie basishandelingen).
    • Koppel de eerste zin van de tekst (Tien mijlpalen in de geschiedenis van e-commerce) aan stijl ‘Titel‘.
    • Koppel de titels ‘Mijlpaal 1’ tot en met ‘Mijlpaal 10’ aan stijl ‘Kop 1‘.
    • Koppel de eerste zin onder elke ‘Mijlpaal’ aan stijl ‘Kop 2‘ (vb. Eerste online aankoop, Bol.com gaat van start, …).
    • Eerst en vooral gaan we alle tekst, behalve de titels, een mooie opmaak geven. Deze tekst is steeds gekoppeld aan stijl ‘Standaard‘. Wijzig de stijl standaard als volgt:
      • Calibri, 11 pt
      • Letterkleur zwart
      • Regelafstand: meerdere 1,15 pt
      • Alinea-afstand: 0 pt voor, 6 pt na
      • Uitlijning: uitvullen
      • Tekstdoorloop: ‘Zwevende begin- en eindregels voorkomen’ én ‘Bij volgende alinea houden’
    • Plaats je cursor in de hoofdtitel van dit document (Tien mijlpalen in de geschiedenis van e-commerce) en wijzig de stijl ‘Titel‘ als volgt:

      • Calibri (niet Calibri Light!), 24pt, vet
      • Letterkleur zwart
      • Zwarte rand rondom van 1pt
      • Grijze arcering
    • Plaats je cursor in één van de titels van kop 1 (= mijlpalen) en wijzig de stijl ‘Kop 1‘ als volgt:

      • Calibri, 16 pt, vet
      • Groen accent 6, donkerder 50%
      • Alinea-afstand: voor 0 pt na 18 pt
      • Regelafstand: meerdere 1,4 pt
      • Tekstdoorloop: Pagina-einde ervoor (= Elke titel in stijl kop 1 start automatisch op een nieuwe pagina)
    • Plaats je cursor in één van de titels van kop 2 (= zinnen onder mijlpalen) en wijzig de stijl ‘Kop 2‘ als volgt:

      • Calibri, 12 pt, vet
      • Groen accent 6, Lichter 40%
      • Alinea-afstand: voor 6 pt na 6 pt
      • Regelafstand: meerdere 1,4 pt
      • Tekstdoorloop: Bij volgende alinea houden én regels bijeenhouden

    • Selecteer de laatste zin van dit document (Bron: …) en maak zelf een ‘Nieuwe stijl‘ aan:

      • Deze nieuwe stijl krijgt de naamBron‘.
      • Vul alle eigenschappen aan zoals uitgelegd in deel 5 van deze cursus.
      • De stijl moet alleen beschikbaar zijn in dit document (staat normaal zo automatisch)
      • Opmaak van deze nieuwe stijl:
        • Calibri, 9pt, cursief
        • Kleur zwart
        • Uitlijning: rechts
      • Normaal gezien wordt deze stijl onmiddellijk op de tekst toegepast. Indien dit niet het geval is, moet je deze koppeling nog eens doorvoeren.
 
    • Sla je bestand nogmaals op.