Afbeeldingen

Invoegen van illustraties

Afbeeldingen

Werkwijze:

  • Zet de muisaanwijzer op de plaats waar je een afbeelding wilt hebben.
  • Tabblad Invoegen
  • Rubriek Illustraties Afbeeldingen
  • Blader om je afbeelding te zoeken.
  • Selecteer je afbeelding.
  • Klik op Invoegen.

Onlineafbeeldingen

Werkwijze:

  • Zet de muisaanwijzer op de plaats waar je een afbeelding wilt hebben.
  • Tabblad Invoegen
  • Rubriek Illustraties Onlineafbeeldingen
  • Typ een kernwoord in het zoekvenster.
  • Afbeeldingen die enige overeenkomst hebben met je zoekwaarde worden getoond.
  • Dubbelklik op jouw keuze en de afbeelding wordt ingevoegd in je document.

Vormen

Werkwijze:

  • Invoegen
  • IllustratiesVormen
  • Selecteer uit de keuzelijst je vorm.
  • Sleep met de muisaanwijzer om de vorm te tekenen in je document.

SmartArt

Soms wil je informatie visueel weergeven en zou je graag een organigram of diagram toevoegen. Dit kan met SmartArt

Werkwijze:

  • Invoegen
  • SmartArt
  • Selecteer in de linkerkolom de gewenste categorie
  • Klik op de gewenste afbeelding.
  • Typ de gegevens in en pas indien nodig de vorm aan.

Grafiek

Dit gebruik je om cijfergegevens visueel voor te stellen.

Werkwijze:

  • Invoegen
  • Grafiek
  • Selecteer links het gewenste grafiektype en kies daarna de specifieke grafiek die je wilt maken.
  • Klik op OK
  • Dan kom je in een miniwerkblad van Excel uit.
  • Pas de grafiek aan door jouw gegevens en waarden in te voeren.
  • Sluit Excel en je grafiek staat in je Word-document.

Opmaken van afbeeldingen

Wijzigen van formaat

Werkwijze:

  • Selecteer de afbeelding.
  • Er verschijnen vierkantjes rond de figuur. Versleep de vierkantjes in de gewenste richting om te vergroten of te verkleinen.

Of

  • Selecteer de afbeelding
  • Tabblad Opmaak
  • Rubriek Grootte, hier kan je exact de hoogte en de breedte van de figuur instellen.

Je verkleint of vergroot altijd vanuit een hoek om de verhoudingen van je afbeelding te behouden.

Bijsnijden

Soms staan er overbodige zaken op je afbeelding en die kan je dan verwijderen door de afbeelding bij te snijden.

Draaien

Werkwijze:

  • Selecteer de afbeelding. Bovenaan de afbeelding verschijnt de draaigreep.
  • Versleep de draaigreep in de richting die je wenst.

Kleuren

Werkwijze:

  • Selecteer de afbeelding.
  • Tabblad Opmaak.
  • Rubriek Aanpassen, knop Kleur.
  • Kies de gewenste kleur.

Kies de kleur Wassen als je de afbeelding transparant wilt maken zodat ze geschikt is om achter tekst te plaatsen.

Randen en stijlen

Afbeeldingen positioneren

Afstand tussen de afbeelding en tekst

Je kan precies bepalen hoeveel afstand er moet zijn tussen de tekst en je afbeelding. Let op! Dit is enkel bij afbeeldingen met tekstterugloop.

Werkwijze:

  • Selecteer de afbeelding.
  • Kies tabblad Opmaak.
  • Tekstterugloop in de rubriek Schikken en kies Meer indelingsopties.
  • Op het tabblad Teksterugloop kun je de afstand tussen de afbeelding en je tekst instellen.

Opdracht

  1. Open het bestand Afbeeldingen.
  2. Pas de marges aan volgens de NBN-normen.
  3. Wijzig de stijl Kop 1:
    • Arial 14 pt
    • zwart
    • vet
    • cursief
    • alinea-afstand na 12 pt
    • juridische nummering
  4. Pas de stijl kop 1 toe op de hoofdtitel.
  5. Wijzig de stijl Kop 2:
    • Arial 12 pt
    • zwart
    • cursief
    • alinea-afstand na 12 pt
    • juridische nummering
  6. Zet elke titel van de “mijlpalen” in kop 2.
  7. Plaats de cursor onder “door Redactie Twinkle…” en voeg afbeelding 1 in.
    • formaat 5 cm breed
    • tegen de rechtermarge
  8. Plaats de cursor onder de alinea “Mijlpaal 2” en voeg afbeelding 2 in.
    • hoogte 5 cm
    • kleur: wassen
    • in het midden van de alinea achter de tekst.
  9. Plaats de cursor onder de alinea “Mijlpaal 3” en voeg afbeelding 3 in.
    • tegen de linkermarge
    • geef de afbeelding een afbeeldingsstijl naar keuze.
  10. Plaats de cursor onder de alinea “Mijlpaal 5” en voeg afbeelding 4 in.
    • Snij de afbeelding bij zodat de onderste rij met foto’s wegvalt.
    • Plaats de afbeelding tussen alinea 1 en 2 van Mijlpaal 5.
  11. Plaats de cursor onder de alinea “Mijlpaal 9” en voeg afbeelding 5 in.
    • Geef de afbeelding een breedte van 10 cm.
    • Draai de afbeelding 15 graden naar rechts.
  12. Zoek online een afbeelding die past bij Mijlpaal 10.
    • Plaats de afbeelding tegen de rechtermarge van de eerste alinea. 
    • Je geeft de afbeelding een breedte van 4 cm.
  13. Voorzie een paginanummering in de voettekst en vermeld ook je naam en klas.
  14. Bewaar je oplossing onder Afbeeldingen OPL in je dropboxmap!